startpagina geeft u nieuws en informatie over alle financiele producten. Bij startpagina kunt u vrijblijvend een offerte aanvragen of online een verzekering afsluiten
Bij startpagina kunt u onder ondere informatie krijgen over:
Doorlopende lening of krediet?
Wanneer kiest u voor een doorlopend krediet?
In de categorie lenen is het doorlopend krediet de meest populaire leenvorm. Deze vorm van lenen is vooral geschikt als u op elk gewenst moment geld wilt opnemen en aflossen. Met een doorlopend krediet mag u tot een afgesproken bedrag (kredietlimiet) geld opnemen en boetevrij aflossen.
De enige voorwaarde van het doorlopend krediet is dat u maandelijks een bepaald
percentage van de kredietlimiet terug betaalt. De meeste aanbieders stellen
deze norm op 2. Bij een lening van EUR 5.000 betaalt u dus elke maand EUR 100
aan rente en aflossing. Deze rente is variabel en kan door de kredietverstrekker
aan de marktomstandigheden worden aangepast.
Wanneer kiest u voor een persoonlijke lening?
Een persoonlijke lening is een slimme keuze voor de aanschaf van dure spullen
met een relatief beperkte levensduur. U kunt dan de looptijd van de lening afstellen
op de duur van de consumptiegoederen. Een goed voorbeeld is de aanschaf van
een nieuwe auto. Op het moment dat u klaar bent met aflossen, is het weer tijd
voor een ander voertuig. Veel mensen gebruiken de persoonlijke lening dan ook
om hun nieuwe auto mee te financieren.
De rente staat bij een persoonlijke lening de gehele looptijd vast. Dit is vooral gunstig bij een lage rentestand. U betaalt de lening terug in een vast aantal gelijke termijnen. Zo weet u precies welk bedrag u elke maand moet aflossen. Helaas gaat deze vastigheid ten koste van elke vorm van flexibiliteit. Maandelijks minder aflossen omdat u bijvoorbeeld krap bij kas zit, is niet toegestaan. En als u sneller wilt aflossen, moet u vaak een boeterente betalen.
Het grootste voordeel van de persoonlijke lening is dat u zeker weet dat uw
schuld aan het einde van de looptijd is afgelost. Vroeger was de maximale looptijd
van een persoonlijke lening vijf jaar. Dit had vaak hoge maandlasten tot gevolg.
Dat is nu in de veranderd. De meeste banken hebben beter inzicht in de financiële
positie van hun klanten dan de gespecialiseerde kredietverstrekkers en willen
daarom wel een persoonlijke lening met een looptijd van tien jaar aanbieden
Als u besluit uw kapitaalverzekering in box 1 onder te brengen, betaalt u tijdens de looptijd geen belasting over de polis. U bent wel verplicht op de uitkeringsdatum met de uitkering de hypotheekschuld af te betalen. De keuze voor box 1 is bovendien onomkeerbaar en de polis mag een looptijd van maximaal dertig jaar hebben. U mag de polis niet verlengen, wat financieel nadelig kan zijn. Want stel dat uw in 1980 gesloten polis in 2010 uitkeert, dan moet u op dat moment daarmee uw hypotheek aflossen. Wanneer de uitkering toereikend is om de hypotheek helemaal af te lossen, houdt dit tevens in dat u vanaf 2010 ook geen renteaftrek meer hebt. Mocht u daarentegen een hypotheekschuld overhouden, dan is de rente daarvan tot 2031 aftrekbaar. De maximale looptijd van een hypotheek is namelijk in 2001 op dertig jaar gesteld, zonder terugwerkende kracht. Als u op de overwaarde van uw huis een nieuwe hypotheek met kapitaalverzekering afsluit, is de maximale duur daarvan wederom dertig jaar. Maar vergeet niet dat u de hypotheekrente alleen mag aftrekken, als u de hypotheek voor uw huis aanwendt.
Vrijstelling
Als u uw kapitaalverzekering aan uw huis in box 1 koppelt, moet er door de verzekeraar
een 'kapitaalverzekering eigen woningclausule' op de polis worden gezet. Houdt
u verder rekening met de maximale vrijstelling in box 1. Is de hypotheekschuld
lager, dan is dat bedrag de vrijstelling. De vrijstelling die jaarlijks aan
de inflatie wordt aangepast, geldt per verzekeringnemer en is niet overdraagbaar
aan de partner. Alleen wanneer één van beide partners voor de
einddatum overlijdt, wordt het niet benutte deel van de vrijstelling aan de
partner overgedragen.
De waarde van uw polis wordt niet geïndexeerd, dus niet aan de inflatie
aangepast. Dit gebeurt wel met de vrijstelling. Wanneer u nu een hypotheek afsluit,
zult u daar wat betreft het hypotheekbedrag mogelijk op anticiperen. Er van
uitgaand dat de vrijstelling op deze manier over dertig jaar rond de €
225.000 per persoon zal bedragen, zouden u en uw partner dus een hypotheek van
om en nabij de één miljoen gulden kunnen afsluiten. En natuurlijk
sluit u een overlijdensdekking op dit bedrag af. Echter, als u of uw partner
daar onverhoopt gebruik van moeten maken, moet u er wel rekening mee houden
dat de vrijstelling op dat moment nog lager is dan de € 225.000 waarvan
u bent uitgegaan. Hoeveel lager hangt af van het moment van overlijden. De overlijdensdekking
zal in ieder geval een hoger bedrag uitkeren dan de vrijstelling van de achterblijvende
partner. In dat geval zal deze belasting moeten betalen over een deel van het
rentebestanddeel; dit is het verschil tussen de uitkering en de betaalde premies.
Fiscale vereisten
Nu kunt u er voor kiezen een bestaande kapitaalverzekering niet in box 1, maar
in box 3 onder te brengen. Dit is zelfs automatisch het geval als de polis niet
aan de eigen eerste woning is gekoppeld. Ook dan is er een aantal zaken waarmee
u rekening zult moeten houden. Ten eerste is dat de vermogensrendementsheffing
van 1,2 procent, ten tweede is dat het moment van afsluiten van de kapitaalverzekering.
Als uw kapitaalverzekering van vóór 1 januari 1992 stamt, dan
betaalt u hierover tot een waarde van € 123.428,- geen vermogensrendementsheffing
en de uitkering is belastingvrij. Wel moet de polis voldoen aan fiscale vereisten:
een minimale looptijd van twaalf jaar en een premie die voldoet aan een bandbreedte
die afhankelijk is van de looptijd. Wanneer u uw polis na 1 januari 1992, maar
voor 14 september 1999 heeft afgesloten en na deze datum niet hebt gewijzigd,
geldt een vrijstelling voor de vermogensrendementsheffing van € 123.428,--.
Dit bedrag is niet geïndexeerd en geldt tevens als kapitaalvrijstelling:
een uitkering uit een kapitaalverzekering is tot dit bedrag belastingvrij. Een
polis die is afgesloten tussen 14 september 1999 en 1 januari 2001 valt nog
onder de oude wet inkomstenbelasting. De polis moet aan alle oude voorwaarden
voldoen - een minimale looptijd van vijftien of twintig jaar en een premie die
binnen een bepaalde bandbreedte valt - maar kent geen vrijstelling. Een polis
tenslotte die na 1 januari 2001 is afgesloten, is wat dat betreft iets gunstiger.
De polis heeft weliswaar geen vrijstelling, u betaalt een rendementsheffing
van 1,2 procent over de actuele waarde, maar daar staat tegenover dat er ook
geen vereisten zijn
Indien een werkgever geen collectieve regeling heeft zijn er
twee mogelijkheden:
1.De werkgever wil wel meewerken aan een regeling voor u persoonlijk.
Dit kan bijvoorbeeld door middel van een C-Polis. Het is niet
nodig dat de werkgever meebetaalt aan het pensioen. Het is natuurlijk wel mooi
meegenomen. De werkgever moet in geval van een C-Polis wel de
pensioenpremie van uw salaris inhouden en aan de verzekeraar betalen.
Dit betekent dat de pensioenvoorziening toch in de werkgever - werknemersfeer
gehouden kan worden. Omdat het pensioen onder de Pensioen- en spaarfondsenwet
valt. zijn de pensioenrechten goed gewaarborgd
2. De werkgever werkt op geen enkele manier mee aan een pensioenregeling.
Pensioen moet dan opgebouwd worden in de lijfrente sfeer.
Met een lijfrente kan een normaal pensioen worden opgebouwd,
indien dat niet bij de werkgever gebeurt.
Ook is het voor een zelfstandig ondernemer de enige manier om pensioen op te
bouwen.
Voor lijfrente gelden drie basisprincipes:
- De premie is fiscaal aftrekbaar;
- De uitkering is belast;
- Het is een privé-regeling, de werkgever heeft er niets mee van doen.
Lijfrenten worden ook gesloten als aanvulling op andere ouderdomsvoorzieningen.
De uitkering kan gebruikt worden voor de financiering van bijvoorbeeld een
VUT-regeling en het helen van pensioenbreuken.
Er zijn beperkingen met betrekking tot de hoogte van de lijfrente aftrek die
men kan genieten.